Huis van de Wannseeconferentie
Gedenkplaats

 

De villa Marlier

 

Oe villa werd in 1914/15 door de zakenman, fabrikant en stille vennoot Marlier gebouwd. Het huis met een woonoppervlakte van 1.500 m2 en de parkachtige tuin van 30.000 m2 was een ontwerp van Paul O.A. Baumgarten, een leerling van Alfred Messel.

Ernst Marlier en zijn vrouw leefden maar enkele jaren aan de Wannsee. Hij verkocht op 6 september 1921 het huis en de grand aan een firma van de industrieel Friedrich Minoux.

Friedrich Minoux (1877-1945) maakte vanaf 1900 carriere bij de stedelijke gas- en waterwerken van Essen. In 1912 trad hij in dienst bij de grootindustrieel Hugo Stinnes en vanaf 1919 werd hij directeur-generaal in diens cancern. Op 21 februari 1923 trad hij zander succes als bemiddelaar op in een gesprek tussen de chef van de legerleiding en de toenmalige kwartiermeester-generaal Erich Ludendorff over maatregel tegen de bezetting van het Rijnland. Tijdens de herfst van 1923 was er sprake van dat Minoux lid zou worden van een directorium dat de democratische rijksregering zou moeten atlassen. Op 25 oktober 1923 ontmoette hij Ludendorff en Hitler in München, echter zander het eens te worden over de plannen om op 9 november 1923 een staatsgreep te plegen.

 

De stichting Nordhav

 

Nadat Stinnes en Minoux in de herfst van 1923 uit elkaar gingen, richtte Minoux een kolengroothandel op. Hij gebruikte zijn positie als commissaris van de Gasag (Berliner Gaswerke Aktiengesellschaft) om, samen met 2 medeplichtigen, de Gasag tussen 1924 en 1938 voor minstens 12 miljoen rijksmark op te lichten. In 1935 was er een eerste verdenking. Minoux kon echter de strafvervolging tot 1937 uitstellen en werd pas in mei 1940 gearresteerd. In juni 1942 begon hij aan een vijfjarige straf in het tuchthuis van Brandenburg. In de zomer van 1945 keerde hij terug naar Berlijn, waar hij kort daarop stierf. In november 1940 had Minoux de villa verkocht aan de SS-stichting Nordhav die door Reinhard Heydrich was opgericht. Het doel van die stichting was de bouw en het onderhoud van vakantieverblijven voor de veiligheidsdienst van de SS. Eerst kocht de stichting echter in 1939 een groot landgoed op Fehmarn in de buurt van het vakantiehuis van Heydrich. Oit goed en de villa aan de Wannsee wau Heydrich op lange termijn voor prive- en ambtelijke doeleinden gebruiken. Ze moesten zijn toekomstig dienst- en vakantieverblijf worden als hij chef van het Hoofdbureau van Rijksveiligheid zou zijn of een nog hagere politieke functie zou bekleden.

Friedrich Minoux werd niet gedwongen om het huis te verkopen. Hij kreeg van de stichting Nordhav de toenmalige gebruikelijke marktprijs van 1 ,95 miljoen rijksmark. Oe SS neemt ook delen van de inrichting over, waaronder de eetkamer met een gobelin. In de zomer van 1941 werd het huis omgebouwd tot een gastenverblijf en vanaf oktober 1941 stand het huis ter beschikking van alle politie- en SS-officieren met dienst in het buitenland. Op 20 januari 1942 leidde Heydrich hier een bespreking die na de oorlog bekend zou worden als de Wannseeconferentie.

 

Het gastenverblijf van hel Hoofdbureau van Rijksveiligheid

 

Na de dood van Heydrich in juni 1942 zag de stichting Nordhav geen reden om zo een groot en duur huis verder te onderhouden. Op 4 februari 1943 verkocht ze het huis voor dezelfde prijs als ze het van Minoux had gekocht aan het Hoofdbureau van Rijksveiligheid (RSHA) om "het als huis voor vrienden en leiders van de veiligheidspolitie te behouden".

In 1945 werd het huis eerst door Sovjetrussische mariniers bezet, daarna door Amerikaanse officieren. In 1947 richtte het August Bebelinstituut hier een volkshogeschool op. Van 1952 tot 1988 diende het als vormingscentrum voor scholieren van het district Neukölln.

Het is aan de historicus Joseph Wulf te danken dat de villa als plaats van de Wannsee-conferentie publiek bekend is geraakt. In 1965 stelde hij voor om hier een "Internationaal documentatiecentrum voor onderzoek van het nationaal-socialisme en zijn gevolgen" op te richten. In 1974 pleegde Wulf zelfmoord. Pas twee decennia later, op de vijftigste verjaardag van de Wannseeconferentie, werd de villa in januari 1992 als gedenkplaats officieel geopend.

 

 

Eetkamer 1922

Plaats van de conferentie 1942

 

 

 

Geschiedenis van het huis

 

1914/15            1914/15

gebouwd als villa van de fabrikant Ernst Marlier

1921

verkocht aan de industrieel Friedrich Minoux

1940

gekocht door de SS-stichting Nordhav en omgebouwd tot gastenverblijf voor de veiligheidsdienst van de SS

1942

20 januari: Wannseeconferentie

1943

verkocht aan het Hoofdbureau voor Rijksveiligheid (RSHA)

1945/46

in gebruik door geallieerden

1947/48

August Bebel-instituut (volkshoge-school)

1952-88

vormingscentrum voor scholieren van het district Berlin-Neukoelln

1965-72

het initiatief van de historicus Joseph Wulf, om een documentatiecentrum op te richten, blijft zonder resultaat

1992

opening van de gedenkplaats ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Wannseeconferentie

 


 

11.08.2004