De Wannsee-Conferentie

   In deze villa, het gastenverblijf van de chef van de Sicherheitspolizei en van de SD, kwamen op 20 januari 1942 hoge vertegenwoordigers van de SS en de politie, van verschillende ministeries en van de NSDAP samen voor een bespreking over de "Endlösung van het jodenvraagstuk". Onder leiding van Reinhard Heydrich bespraken de deelnemers aan de conferentie de bevoegdheden en de samenwerking bij de deportatie van alle Europese joden. Uit het overgeleverde protocol van de "bespreking tussen staatssecretarissen" blijkt dat al vóór de conferentie en op het hoogste niveau, d.w.z. door de "Führer en rijkskanselier" Adolf Hitler, de beslissing over de omvangrijke deportatie van alle Europese joden binnen de Duitse invloedssfeer was genomen. De deportaties "naar het oosten", de getto-vorming en de dwangarbeid waren voorbereidende maatregelen om de "naderende Endlösung van het joden-vraagstuk" uit te voeren – zo verklaarde Heydrich op de conferentie. Geen enkele jood mocht het einde van de oorlog overleven.

   Na het begin van de massamoorden op de joden in de gebieden die vanaf juni 1941 op de Sovjet-Unie werden veroverd, toont het protocol van de Wannsee-conferentie dat er een overgang plaatsvond naar de systematische planning van een omvangrijke volkerenmoord. Het feit dat de staats-secretarissen hierover werden ingelicht, erbij werden betrokken en dat hun instanties werden verzocht hun medewerking te verlenen aan deze misdaad, betekent bovendien dat het gehele Duitse staatsapparaat betrokken was bij de moord op de Europese joden.

   Het gastenverblijf van de SD is een plaats van de daders. Het herinnerings- en studie-centrum "Huis van de Wannsee-conferentie" verstrekt daarom vooral informatie over de antisemitische en racistische ideologie van deze daders en hun beleid voor en na 1933 en over de werkverdeling bij de organisatie van de volkerenmoord tijdens de oorlog. Teksten en foto's verduidelijken het gedrag van daders en toeschouwers. De gevolgen van deze misdaden blijken onmiskenbaar uit de ontwrichte levenslopen van de joodse slachtoffers. Daarom wordt in de tentoonstelling het lot geschetst van vier overlevenden.